Tijd van 16 januari- zondag 19 januari.
Dagelijks van 11.00-19.00 uur.
Plaats: PTA, Piet Heinkade 27, Amsterdam
"Halverwege de 19e eeuw rees er bij diverse schilders verzet tegen de afstandelijke stijl van het classicisme en de overdreven stijl van de romantiek. Het realisme beeldde alledaagse gebeurtenissen af, een groet of gewone arbeiders aan het werk op het land. De manier van schilderen was vergelijkbaar met die van de romantiek: veel aardetinten en realistische verhoudingen en kleuren. Voor het eerst werd gezocht naar de ongeidealiseerde werkelijkheid, dit uitte zich in het afbeelden van bezwete geharde havenarbeiders, maar ook in het afbeelden van schaam- en okselhaar in naakten. Dit riep veel weerstand op, critici vonden dat de realisten zich te veel richten op datgene wat lelijk was. Realisten zagen zichzelf meer als journalisten, maar koesterden ook zeker een romantisch verlangen naar de ongeindustrialiseerde werkelijkheid. Gustave Courbet was de oprichter, belangrijkste schilder en woordvoerder van het realisme. Andere schilders uit die tijd waren: Théodore Rousseau Jean François Millet (romantisch realisme) Édouard Manet Charles-François Daubigny Thomas Couture (nam de lelijkheid als thema) Honoré Daumier (Satirische cartoonist en schilder) Jean-Baptiste Corot Jules Dupré. Naar het voorbeeld van de Engelsen John Constable en John Crome gingen ze, vanaf 1832, "en plein air" schilderen, buiten, direct in de natuur, om bomen, planten, dieren en bevolking zo natuurgetrouw mogelijk te kunnen weergeven."1 Decennia lang werd het buitenschilderen een ware stroming en werd zelfs "en mode". Aan het eind van de negentiende eeuw werd de impressie, die een schilder van een onderwerp opdeed, een doel op zich. De directheid van het weergeven van het spel van het licht op het onderwerp in de openlucht werd hun doel.
Het impressionisme is hiervan het meest bekende voorbeeld met onder andere Claude Monet, die een van de meest sprekende schilders van deze beweging is. In Nederland ontstond de Haagse school met de gebroeders Maris, Weissenbruch en anderen. Bij hun was het onderwerp, met het spel van het licht en kleur erop, het best weer te geven wanneer het in de openlucht schilderden. Zij schilderden het onderwerp in het licht - versterkt door het licht dat erop viel; bij de Franse impressionisten ontstond het onderwerp juist bij de gratie van het licht. Claude Monet's verschillende versies van hetzelfde onderwerp toonden aan dat de dingen slechts bestaan bij de gratie van het licht dat erop valt en zich vervolgens projecteert op het netvlies van de schilder. Peter Smit is zo'n schilder, een kind van de Haagse School maar met het oog van zijn Franse voorgangers.
1.Wikipedia